Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
ProcesverloopEiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 2 juli 2019 (het bestreden besluit).
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Verblijf in en vertrek uit Pakistan
Incident met de Taliban
Verweerder heeft in dit geval aan eiser tegengeworpen dat hij een bevreemdingwekkend groot risico heeft genomen door in de avond en in het donker met zijn moeder en zus te reizen, terwijl hij al eens over overvallen had gehoord. Zonder nadere motivering waarom dit in de door eiser geschetste omstandigheden als een onverantwoord risico moet worden aangemerkt, heeft verweerder dit niet aan eiser kunnen tegenwerpen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de overvallen waar eiser tijdens zijn gehoor aan heeft gerefereerd hadden plaatsgevonden in Kabul en niet, zoals verweerder lijkt te suggereren, in het gebied waar de ontvoering zou hebben plaatsgevonden. Voorts heeft verweerder niet zonder nadere motivering aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij niet kan verklaren met welk motief de Taliban juist hem, zijn moeder en zus hebben ontvoerd. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking de verklaring van eiser dat hij geen Pashtu spreekt en hij de Taliban om die reden niet heeft kunnen verstaan. Daarnaast valt niet uit te sluiten dat eiser en zijn familieleden willekeurig slachtoffer zijn geworden van de Taliban. Ook heeft verweerder niet zonder nadere motivering aan eiser kunnen tegenwerpen dat het feit dat eiser in de open lucht en op een leeg terrein werd vastgehouden bevreemding wekt. Evenmin heeft verweerder zonder nadere motivering aan eiser tegen kunnen werpen dat niet geloofwaardig is dat hij te voet naar Pakistan is teruggekeerd, omdat hij daartoe niet in staat zou zijn nadat hij zijn moeder en zus had begraven. Weliswaar heeft eiser verklaard dat hij zelf ook is verkracht en is flauwgevallen, maar uit zijn verklaringen kan niet zonder meer worden afgeleid dat hij hierdoor fysiek niet meer in staat was zijn moeder en zus te begraven en vervolgens te voet naar Pakistan terug te keren. Eiser betoogt dan ook terecht dat verweerder hem hierover op zijn minst nader had moeten bevragen. Nu eiser heeft verklaard direct voor het incident enige tijd in Pakistan te hebben verbleven, valt daarnaast niet in te zien waarom het bevreemdt dat eiser daarheen terugkeert in plaats van Kabul. Het bestreden besluit is ook in zoverre onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
Bekering tot het christendom
Vertrektermijn
Conclusie
Beslissing
mr. A.A. Dijk, griffier.