Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 juli 2019 in de zaak tussen
[eiseres], gevestigd te [plaats], eiseres
de ontvanger van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
Rechtbank Den Haag
Eiseres maakt deel uit van een fiscale eenheid die naheffingsaanslagen omzetbelasting, verzuimboeten en kosten niet heeft voldaan. Verweerder heeft eiseres aansprakelijk gesteld voor deze onbetaalde bedragen op grond van de Invorderingswet 1990.
Eiseres betwist de aansprakelijkheid en voert aan dat de belastingschulden zijn kwijtgescholden en dat een tweede aansprakelijkstelling niet mogelijk is. De rechtbank stelt vast dat de kwijtscheldingsbeschikking niet is ingetrokken, maar dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor kwijtschelding. Ook is geen sprake van dubbele aansprakelijkstelling omdat de eerdere beschikking was ingetrokken.
Verder heeft eiseres niet concreet gemaakt dat het ontstaan van de belastingschulden aan verweerder te wijten is. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat de verzuimboeten en kosten aan eiseres zijn toe te rekenen, omdat zij verantwoordelijk was voor de betaling van de belastingen.
De rechtbank vermindert het bedrag van de aansprakelijkstelling tot het nog openstaande bedrag van € 1.044.445,45 en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Eiseres is terecht aansprakelijk gesteld voor onbetaalde naheffingsaanslagen, verzuimboeten en kosten, met een vermindering van het aansprakelijkstellingsbedrag tot € 1.044.445,45.