ECLI:NL:RBDHA:2019:9223
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek wegens schending recht op behoorlijke voorbereiding bij inbewaringstelling
Verzoeker werd op grond van artikel 87 Faillissementswet Pro in bewaring gesteld zonder voorafgaand verhoor. Tijdens het verplichte verhoor over het bevel tot inbewaringstelling op 23 augustus 2019 vroeg verzoeker om aanhouding van het verhoor om zich met zijn advocaat voor te bereiden. De rechter weigerde dit, gaf slechts een korte schorsing om enkele stukken te lezen, terwijl de volledige bijlagen niet werden verstrekt.
Deze procedurele gang van zaken leidde ertoe dat verzoeker en zijn advocaat onvoldoende gelegenheid hadden om zich voor te bereiden en stukken over te leggen. Gezien de ingrijpende aard van de maatregel en het recht op hoor en wederhoor achtte de wrakingskamer de beslissing van de rechter om het verhoor niet aan te houden onbegrijpelijk en daarmee de vrees voor vooringenomenheid van verzoeker objectief gerechtvaardigd.
De wrakingskamer besloot daarom het wrakingsverzoek toe te wijzen en het verhoor door een andere rechter te laten hervatten. Het proces wordt voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek, en deze beslissing is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt toegewezen en het verhoor wordt door een andere rechter hervat.