ECLI:NL:RBDHA:2019:9504
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel van bewaring en toekenning schadevergoeding voor onrechtmatige detentie
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de maatregel van bewaring die op 14 augustus 2019 aan hem is opgelegd op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is op 29 augustus 2019 opgeheven wegens onvoldoende gronden. Tijdens de zitting op 2 september 2019 is vastgesteld dat de opheffing terecht was en is eiser schadevergoeding toegekend voor de onrechtmatige detentie, inclusief de dag van opheffing.
Eiser voerde aan dat in de mededeling (M113) bij opheffing niet was aangezegd dat hij zich naar Ter Apel moest begeven om zijn asielaanvraag in te dienen, wat volgens hem risico's met zich meebracht. De rechtbank oordeelde dat het beroep zich alleen richt op de oplegging en voortduring van de maatregel tot aan de opheffing en dat de wijze van opheffing en de inhoud van de M113 niet ter toetsing staan in deze procedure.
De rechtbank wees het beroep dat zich richtte op de opheffing en de inhoud van de M113 daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank veroordeelde de Staat tot betaling van een schadevergoeding van €1.330,- en tot vergoeding van proceskosten van €1.024,-, waarbij zij ambtshalve een ruimere proceskostenveroordeling oplegde dan door eiser was gevraagd.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard voor de oplegging en voortduring van de maatregel tot aan de opheffing, met toekenning van €1.330,- schadevergoeding en €1.024,- proceskosten aan eiser.