ECLI:NL:RBDHA:2019:9572

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juli 2019
Publicatiedatum
11 september 2019
Zaaknummer
C/09/576647 / KG ZA 19-651
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 WaadiArt. 15 WaadiArt. 3 Regeling WaadiArt. 3:1 AwbArt. 3:2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Staat moet eisers ruimere termijn bieden voor reactie op concept-onderzoek Waadi

Tempo-Team Contracting Services B.V. en Tempo-Team Industries B.V. hebben de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Inspectie SZW, gedagvaard wegens het niet bieden van een redelijke termijn voor het reageren op concept-verslagen van een onderzoek naar de naleving van artikel 8 van Pro de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi).

Het onderzoek betrof arbeidskrachten die in de periode juni tot en met december 2017 werkzaam waren bij BAT Niemeyer te Groningen. De Inspectie stelde twee concept-verslagen op waarin werd geconcludeerd dat Tempo-Team de Waadi niet had nageleefd. Tempo-Team kreeg een termijn van tien werkdagen om te reageren, maar verzocht om verlenging naar acht weken vanwege de complexiteit, omvang van de verslagen en de zomervakantie van hun advocaat.

De Inspectie verlengde de termijn slechts tot 19 juli 2019, terwijl Tempo-Team stelde pas op 9 augustus 2019 inhoudelijk te kunnen reageren. De voorzieningenrechter oordeelde dat de belangen van Tempo-Team bij een beperkte verlenging (tot 9 augustus 2019) zwaarder wegen dan het belang van de Inspectie en de FNV bij spoedige duidelijkheid. De Inspectie had de situatie mede veroorzaakt door de late toezending van de verslagen vlak voor de vakantieperiode. De gevorderde termijnverlenging werd toegewezen, met behoud van eigen proceskosten voor partijen.

Uitkomst: De Inspectie moet Tempo-Team tot en met 9 augustus 2019 een termijn bieden voor een inhoudelijke reactie op de concept-verslagen.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/576647 / KG ZA 19-651
Vonnis in kort geding van 17 juli 2019
in de zaak van

1.TEMPO-TEAM CONTRACTING SERVICES B.V. te Amsterdam,

2. TEMPO-TEAM INDUSTRIES B.V.te Amsterdam,
eiseressen,
advocaat mr. A.E.M. van den Berg te Amsterdam,
tegen:
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie SZW)te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mrs. A.J. Boorsma en M. Koppenol te Den Haag.
Eiseressen worden hierna gezamenlijk aangeduid als ‘Tempo-Team’ en gedaagde als ‘de Inspectie’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 juli 2019, met producties;
- de akte houdende een wijziging/vermeerdering van eis;
- de op 15 juli 2019 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.
1.2.
Op 17 juli 2019 is door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking, die is vastgesteld op 31 juli 2019.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
De Inspectie heeft naar aanleiding van een door de FNV gedane melding een onderzoek ingesteld naar de naleving door Tempo-Team van artikel 8 van Pro de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Dit onderzoek heeft betrekking op arbeidskrachten van Tempo-Team die in de periode van 1 juni 2017 tot en met 31 december 2017 werkzaam waren bij BAT Niemeyer te Groningen.
2.2.
Bedoeld onderzoek heeft geresulteerd in twee door de Inspectie opgestelde concept-verslagen van 4 juni 2019, waarin de Inspectie – kort gezegd – tot de conclusie komt dat artikel 8 van Pro de Waadi door Tempo-Team niet is nageleefd. De Inspectie heeft deze concept-verslagen op 21 juni 2019 aan Tempo-Team toegezonden. Daarbij heeft de Inspectie Tempo-Team in de gelegenheid gesteld om binnen tien werkdagen, ingaande op 24 juni 2019, schriftelijk op de concept-verslagen te reageren.
2.3.
De advocaat van Tempo-Team heeft de Inspectie bij brief van 28 juni 2019 onder meer verzocht om de termijn voor het indienen van een schriftelijke reactie vanwege de omvang van de concept-verslagen, de complexiteit van de materie en de ophanden zijnde zomervakantie te verlengen naar acht weken, ingaande op 1 juli 2019 en derhalve eindigend op 26 augustus 2019.
2.4.
De Inspectie heeft zich uiteindelijk schriftelijk bereid verklaard om bedoelde reactietermijn te verlengen tot 19 juli 2019.

3.Het geschil

3.1.
Tempo-Team vordert – na intrekking van haar overige vorderingen ter zitting – de Inspectie bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis te gebieden aan Tempo-Team een termijn van acht weken te geven voor het indienen van een schriftelijke reactie op de concept-verslagen van 4 juni 2019, althans een in goede justitie te bepalen termijn, zulks met veroordeling van de Inspectie in de proces- en nakosten.
3.2.
Daartoe voert Tempo-Team – samengevat – aan dat de Inspectie jegens haar onrechtmatig handelt door haar in strijd met artikel 15 Waadi Pro juncto artikel 3 Regeling Pro Waadi, artikel 3:2 juncto Pro artikel 3:1, tweede lid, Awb, het beginsel van hoor en wederhoor en de verdedigingsrechten niet een redelijke en proportionele termijn te geven om op de concept-verslagen te reageren. Met de door de Inspectie gestelde reactietermijn wordt volgens Tempo-Team geen recht gedaan aan de omvang van de concept-verslagen, de complexiteit van de materie en de beperkte beschikbaarheid van de bij de dossiers betrokken personen als gevolg van de naderende zomervakantieperiode. Een en ander klemt volgens Tempo-Team temeer nu zij de Inspectie reeds op 6 maart 2019 om toezending van de concept-verslagen heeft verzocht en de Inspectie de verslagen pas bij brief van 21 juni 2019 heeft verstrekt (volgens Tempo-Team is deze brief pas op 26 juni 2019 door haar ontvangen). Naar de mening van Tempo-Team wordt de Inspectie door het bieden van een langere reactietermijn niet in haar belangen geschaad.
3.3.
De Inspectie voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

4.1.
In deze procedure moet – na intrekking door Tempo-Team van haar overige vorderingen – nog uitsluitend worden beoordeeld of de Inspectie Tempo-Team een ruimere termijn moet bieden om een inhoudelijke reactie te geven op de concept-verslagen.
4.2.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de Inspectie daartoe gehouden is. Zoals de Inspectie ter zitting heeft toegelicht, voorzien de Waadi en de Regeling Waadi niet in een termijn voor het geven van een reactie op een concept-onderzoeksverslag. Het is dus aan de Inspectie zelf om deze termijn in redelijkheid vast te stellen.
4.2.1.
De Inspectie stelt bij het bepalen van de (aanvankelijk geboden) reactietermijn aansluiting te hebben gezocht bij de termijn van tien werkdagen die in het kader van bestuurlijke boetetrajecten voor het geven van een reactie aan de betrokken partij wordt gegund. Nadien heeft de Inspectie deze termijn verlengd tot 19 juli 2019. Het bieden van een nog ruimere termijn is volgens de Inspectie niet te rijmen met het belang van de FNV en de werknemers wiens arbeidsvoorwaarden zijn onderzocht bij spoedige kennisneming van de onderzoeksverslagen. De Inspectie heeft daarbij gewezen op haar ondersteunende rol bij de handhaving van de Waadi.
4.2.2.
Tempo-Team heeft op haar beurt ter zitting toegelicht dat zij eerst op 9 augustus 2019 een inhoudelijke reactie op de concept-verslagen aan de Inspectie kan verstrekken. Naast het voeren van gesprekken met diverse personen binnen Tempo-Team, dient volgens Tempo-Team in ieder geval nog overleg gevoerd te worden met de inhoudelijk bij de kwestie betrokken advocaat, mr. Van den Berg. Mr. Van den Berg is volgens Tempo-Team pas op 6 augustus 2019 terug van vakantie. Het is volgens Tempo-Team vanwege de omvang en complexiteit van de zaak niet mogelijk om bedoelde besprekingen met een kantoorgenoot van mr. Van den Berg te voeren.
4.3.
Gelet op de over en weer gestelde belangen, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat het belang van Tempo-Team bij verlenging van de reactietermijn dient te prevaleren boven het door de Inspectie gestelde belang om zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen aan de FNV en de betrokken werknemers. Daartoe is in de eerste plaats van belang dat door Tempo-Team slechts om een beperkte verlenging van de reeds gegeven reactietermijn wordt verzocht (drie weken). Daarnaast is door Tempo-Team voldoende aannemelijk gemaakt dat de aanwezigheid van mr. Van den Berg voor het afronden van de inhoudelijke reactie op de concept-verslagen noodzakelijk is en dat een overdracht van de zaak aan een collega van mr. Van den Berg vanwege de omvang en complexiteit van de materie geen reële optie is. De voorzieningenrechter kent daarbij mede gewicht toe aan de omstandigheid dat de Inspectie – zoals Tempo-Team terecht heeft opgemerkt – de onderhavige situatie in niet onbelangrijke mate zelf in de hand heeft gewerkt door de – naar niet door haar is weersproken – al eerder afgeronde concept-verslagen pas eind juni 2019, en dus kort vóór de zomervakantieperiode, aan Tempo-Team te verstrekken. Voorts betrekt de voorzieningenrechter bij voormeld oordeel dat de Inspectie niet aannemelijk heeft gemaakt dat de belangen van de FNV en de betrokken werknemers als gevolg van de door Tempo-Team verlangde beperkte verlenging van de reactietermijn op onevenredige wijze worden geschaad. Ook met de toewijzing van de gevorderde verlenging van de reactietermijn kan immers op relatief korte termijn door de Inspectie aan hen duidelijkheid worden verschaft. Dat toewijzing van het gevorderde een ongewenste precedentwerking zal hebben, is door de Inspectie gesteld maar – bezien in het licht van de specifieke omstandigheden waaronder in dit geval om termijnverlenging is verzocht – door haar onvoldoende aannemelijk gemaakt. De slotsom is dan ook dat de Inspectie zal worden veroordeeld om de termijn voor het door Tempo-Team geven van een inhoudelijke reactie op de concept-verslagen te verlengen tot en met 9 augustus 2019.
4.4.
Tempo-Team heeft bij dagvaarding en akte wijziging/vermeerdering van eis nog een aantal andere vorderingen ingesteld, die zij ter zitting heeft ingetrokken, zulks (mede) naar aanleiding van het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat het nog maar zeer de vraag is of deze vorderingen bij vonnis toewijsbaar zullen zijn. Indien Tempo-Team niet tot intrekking was overgegaan, zouden partijen waarschijnlijk dus over en weer in het ongelijk zijn gesteld en zouden om die reden de proceskosten zijn gecompenseerd. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om bij die situatie aansluiting te zoeken en (dus) te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
- veroordeelt de Inspectie aan Tempo-Team tot en met 9 augustus 2019 de gelegenheid te bieden een inhoudelijke reactie te geven op de Tempo-Team betreffende concept-verslagen van 4 juni 2019;
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2019.
mw