ECLI:NL:RBDHA:2019:9692
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning ondanks bouwfouten en ligging
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op 1 januari 2017, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met bouwfouten en ligging ten opzichte van vergelijkingsobjecten. Verweerder onderbouwde de waarde met een matrixberekening en corrigeerde voor verschillen in ligging, kwaliteit en onderhoud.
De rechtbank oordeelde dat de gehanteerde vergelijkingsobjecten goed vergelijkbaar zijn en dat de toegepaste correcties passend zijn. De aangevoerde bouwfouten, waaronder een niet-waterpas vloer en zichtbare kieren, werden door verweerder gemotiveerd weersproken als onvoldoende ernstig voor een waardevermindering. Dit werd door eiser niet betwist.
De rechtbank concludeerde dat de waarde van € 563.000 niet te hoog is vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 563.000 wordt ongegrond verklaard.