ECLI:NL:RBDHA:2019:9693
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling WOZ-waarde woning ondanks minicontaineroverlast en gelijkheidsbeginsel
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op 1 januari 2017, stellende dat de waarde te hoog is vastgesteld vanwege overlast van wekelijkse minicontainers en een uitbouw bij naastgelegen woningen. Tevens voerde eiser een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan met verwijzing naar vergelijkbare woningen met lagere waarderingen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de waarde op juiste wijze heeft bepaald aan de hand van een matrixberekening met vergelijkingsobjecten, waarbij rekening is gehouden met verschillen in kwaliteit en voorzieningen. De door eiser betaalde koopprijs, na indexatie, ondersteunt de vastgestelde waarde. De overlast van minicontainers wordt niet als objectief waardedrukkend erkend, mede omdat deze situatie al bestond vóór de waardepeildatum en door gemeentelijke maatregelen is verminderd.
Verder is niet gebleken dat op de waardepeildatum al is begonnen met een uitbouw bij de naastgelegen woningen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de woningen die eiser noemt niet voldoende vergelijkbaar zijn, gelet op verschillen in perceelgrootte, uitbouwen en dakkapellen.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt zij de vastgestelde WOZ-waarde en de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting wordt ongegrond verklaard.