ECLI:NL:RBDHA:2019:9694
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing zelfstandigenaftrek wegens niet voldoen aan urencriterium 2016
Eiser startte in 2016 een onderneming en claimde recht op zelfstandigenaftrek en startersaftrek op grond van het urencriterium van 1.225 uren per jaar. Verweerder stelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij aan dit criterium voldeed, met name vanwege onvoldoende bewijs van uren besteed aan het accepteren van opdrachten en scholing.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor de opgevoerde 434 uren aan het accepteren van opdrachten via de Roamler Tech-app, mede omdat hij pas weken na het begin van de registratie daadwerkelijk opdrachten uitvoerde. Ook de opgevoerde 218 uren aan scholingsactiviteiten werden niet aannemelijk geacht, omdat openbare bronnen en de aard van de cursussen wezen op een veel kortere tijdsbesteding.
Daarnaast werden uren voor een meeloopstage niet erkend vanwege het ontbreken van een officieel stagecontract en bewijsstukken. Gezien de correcties en het feit dat eiser tevens een vaste dienstbetrekking had, concludeerde de rechtbank dat het urencriterium niet was gehaald.
Daarmee werd het beroep ongegrond verklaard en de zelfstandigenaftrek en startersaftrek geweigerd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Beroep ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan het urencriterium voor zelfstandigenaftrek 2016.