Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van11 september 2019 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: [A] ),
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
Overwegingen
e-mailbericht van 5 juli 2018 heeft eiser aan de huidige gemachtigde meegedeeld dat hij het bezwaar dat is ingediend door de andere gemachtigde intrekt. Op 17 augustus 2018 heeft de huidige gemachtigde een afschrift van dat e-mailbericht aan verweerder gezonden onder mededeling dat eiser wenst dat de huidige gemachtigde het bezwaar voortzet.
22 maart 2018 ingediende bezwaarschriften in het ongerede zijn geraakt, is, gezien al het voorgaande, onvoldoende om aan te nemen dat dit ook bij dit bezwaarschrift het geval is. Ook indien zou worden uitgegaan van de datum van ontvangst van het bezwaarschrift dat door de andere gemachtigde is ingediend, is het bezwaarschrift na afloop van de bezwaartermijn ingediend. Dat betekent dat verweerder er ten onrechte van is uitgegaan dat tijdig bezwaar is gemaakt.
mr. L.J.E. Steijvers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 september 2019.