Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
12 september 2019 in de zaak tussen
[eiseres], wonende te [plaats], eiseres(gemachtigde: J. van der Pluijm),
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
Overwegingen
de goedkeuring wordt gegeven onder de voorwaarde dat tijdens de gehele periode waarin het vermogensbestanddeel ter beschikking wordt gesteld, gebruik wordt gemaakt van het goedkeurende beleid”. Eiseres en de echtgenoot hebben echter, naar verweerder niet, althans onvoldoende weersproken heeft gesteld, het winkelgedeelte in de jaren tot 2015 aangegeven als tbs-vermogen in box 1, hetgeen door verweerder ook is gevolgd. Daarmee is niet voldaan aan de hiervoor weergegeven voorwaarde. Dat, naar de gemachtigde van eiseres en de echtgenoot ter zitting heeft verklaard, het ondernemingsgedeelte in de aangiftes voorafgaand aan 2015 door zijn kantoor abusievelijk niet als privévermogen maar als tbs-vermogen is aangegeven, maakt, wat daar ook van zij, niet dat daaraan kan worden voorbijgegaan en maakt het vorenstaande dus niet anders.
Gevolgen voor aanslag’) terecht en op de juiste wijze berekend dat alsdan het verzamelinkomen € 1.422 bedraagt, bestaande een saldo fiscale winstberekening van € 4.814 (= € 6.697 -/- € 1.883), een gerealiseerde zelfstandigenaftrek van € 4.814 en een netto resultaat uit overige werkzaamheden van € 1.422 (= € 1.616 -/- € 194 (12% tbs-vrijstelling)). Dit betekent dat de aanslag IB/PVV niet te hoog is vastgesteld.