Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2019 in de zaak tussen
[naam eiseres] , eiseres,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, echtgenote van een asielvergunninghouder, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd geweigerd omdat zij geen ondertekende antecedentenverklaring had overgelegd. De rechtbank stelt vast dat verweerder bevoegd is een mvv te weigeren op grond van het ontbreken van deze verklaring, maar dat daarbij een belangenafweging vereist is.
Eiseres maakte aannemelijk dat zij haar identiteit en familierelatie met de referent kon aantonen. Tijdens een interview op de ambassade werd zij gehoord, maar verweerder heeft nagelaten haar te vragen de antecedentenverklaring te ondertekenen. De rechtbank oordeelt dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is omdat verweerder geen kenbare belangenafweging heeft gemaakt, wat afbreuk doet aan het nuttig effect van de Gezinsherenigingsrichtlijn.
De rechtbank geeft verweerder de gelegenheid het gebrek in het besluit binnen zes weken te herstellen door een aanvullend besluit te nemen, waarbij hij de belangenafweging dient te maken en de mogelijkheid kan bieden de verklaring alsnog te ondertekenen. De verdere procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft verweerder de gelegenheid het besluit te herstellen met een belangenafweging.