ECLI:NL:RBDHA:2019:9870
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens alsnog verstrekken mvv voor nareis
Verzoekster had beroep ingesteld tegen een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid inzake een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis. Na een tussenuitspraak heeft verweerder alsnog de aanvraag ingewilligd bij besluit van 6 mei 2019. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank constateert dat verweerder aan verzoekster is tegemoetgekomen door de aanvraag alsnog te honoreren, waardoor het beroep is ingetrokken. Verzoekster heeft echter wel proceskosten gemaakt in verband met de behandeling van het beroep.
Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt de rechtbank de proceskosten vast op €1.024,-, bestaande uit twee punten voor rechtsbijstand. Tevens wijst de rechtbank erop dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht van €170,- dient te vergoeden conform artikel 8:41, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten aan verzoekster en wijst op de mogelijkheid van verzet tegen deze uitspraak binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van €1.024,- aan proceskosten en wijst op vergoeding van het griffierecht van €170,-.