ECLI:NL:RBDHA:2019:9892

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 juni 2019
Publicatiedatum
19 september 2019
Zaaknummer
C/09/574654 / FA RK 19-4137
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 13 Uitvoeringswet internationale kinderontvoering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator in internationale kinderontvoeringszaak

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader tot terugkeer van zijn twee minderjarige kinderen vanuit Nederland naar Polen, na internationale kinderontvoering door de moeder. De ouders zijn gehuwd en oefenden gezamenlijk gezag uit. De kinderen verbleven aanvankelijk bij de moeder in Nederland sinds december 2018, terwijl Polen het gezag en verblijf regelde via gerechtelijke beslissingen.

Na een regiezitting op 11 juni 2019 waarbij mediation werd voorgesteld, bleek deze mediation op 19 juni 2019 niet geslaagd. De rechtbank besloot daarom een bijzondere curator te benoemen om de belangen van de minderjarigen te behartigen. De curator moet de mening van de kinderen over verblijf in Polen of Nederland onderzoeken en rapporteren, zonder ouders hierbij te betrekken.

De rechtbank bepaalde dat de ouders volledige medewerking moeten verlenen aan gesprekken met de curator. De zaak wordt aangehouden en verwezen naar de meervoudige kamer voor verdere behandeling. De benoeming van de bijzondere curator is bedoeld om de belangenstrijd tussen ouders en kinderen zorgvuldig te begeleiden in deze complexe internationale context.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator voor de minderjarige kinderen en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

Rechtbank Den HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 19-4137
Zaaknummer: C/09/574654
Datum beschikking: 20 juni 2019

Internationale kinderontvoering/benoeming bijzondere curator

Beschikking in het kader van het op 3 juni 2019 ingekomen verzoek van:

[Y] ,

de vader,
wonende te [woonplaats Y] , Polen,
advocaat: mr. S. Scheimann te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[X]

de moeder,
wonende te [woonplaats moeder] ,
advocaat: mr. Y.M. Schrevelius te Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift.
Op 11 juni 2019 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, vergezeld van de tolk mevrouw [tolk Y] en bijgestaan door zijn advocaat, alsmede de moeder, bijgestaan door haar advocaat, alsmede mevrouw [tolk X] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Het betrof hier een regiezitting met het oog op crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. J.T.W. van Ravenstein.
Op de regiezitting is aan de moeder en de vader de gelegenheid geboden om een crossborder mediation traject te volgen, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, teneinde tot een minnelijke regeling te komen. De moeder en de vader hebben ter zitting aangegeven van deze mogelijkheid gebruik te willen maken.
De behandeling ter zitting is aangehouden in afwachting van het resultaat van de crossborder mediation.
Op 19 juni 2019 heeft het Mediation Bureau de rechtbank bericht dat de mediation tussen partijen niet is geslaagd. Aan de orde is daarom nog steeds het teruggeleidingsverzoek van de vader.

Verzoek en verweer

De vader heeft verzocht:
  • met toepassing van artikel 13 van Pro de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering (hierna: de Uitvoeringswet), de onmiddellijke terugkeer van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te gelasten, zo nodig met behulp van de sterke arm, althans de terugkeer van de kinderen voor een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum te bevelen, waarbij de moeder de kinderen dient terug te brengen naar Polen dan wel, indien zij nalaat de kinderen terug te brengen, de rechtbank zal bepalen op welke datum de moeder de kinderen met de benodigde geldige reisdocumenten aan de man zal afgeven, zodat de man de kinderen mee terug kan nemen naar Polen;
  • de moeder te veroordelen tot betaling aan de vader van de door hem in verband met de ontvoering en teruggeleiding van de kinderen gemaakte kosten, zoals advocaatkosten, rechtbankkosten en retourtickets voor de vlucht naar Nederland en indien de vader de kinderen zelf zal moeten terugbrengen de kosten die hiermee zijn gemoeid, nog nader door de vader te specificeren;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de vader.

Feiten

  • De ouders zijn gehuwd op [huwelijksdatum] 2014 gehuwd te [huwelijksplaats] , Polen.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] , Polen,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] , Polen.
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
  • Op of omstreeks 21 december 2018 is de moeder met de kinderen vanuit Polen naar Nederland vertrokken.
  • In de beslissing van 14 november 2018 heeft het Provinciale Gerecht te [plaatsnaam] , Polen (XIII C 659/18) – voor zover hier van belang – het verblijf van de kinderen bij de moeder vastgesteld en bepaald dat de vader elke dinsdag tussen 17.00 uur en 19.00 uur alsmede elke zaterdag van 14.00 uur tot 18.00 uur contact zal hebben met de kinderen.
  • In de beslissing van 13 februari 2019 heeft het Provinciale Gerecht te [plaatsnaam] , Polen (XIII C 659/18) voornoemde beslissing gewijzigd, in die zin dat – voor zover hier van belang – de kinderen hun verblijf bij de vader hebben en bepaald dat de moeder elke dinsdag tussen 17.00 uur en 19.00 uur alsmede elke zaterdag van 14.00 uur tot 18.00 uur contact zal hebben met de kinderen.
  • De vader, de moeder en de kinderen hebben de Poolse nationaliteit.
  • De vader heeft zich op 7 maart 2019 gewend tot de Centrale Autoriteit in Polen. De Poolse Centrale Autoriteit heeft zich vervolgens tot de Nederlandse Centrale Autoriteit gewend. De zaak is bij de Nederlandse Centrale Autoriteit geregistreerd onder IKO nr. [nr.] .

Beoordeling

Ingevolge artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen. De rechtbank acht het, gelet op de aard van de zaak en van de daarin spelende belangenstrijd, in het belang van de minderjarigen noodzakelijk een bijzondere curator te benoemen. Daarbij is er mogelijk sprake van dat de belangen van de minderjarigen onderling verschillen.
De rechtbank verzoekt de bijzondere curator de volgende vragen te beantwoorden:
Wat geven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zelf aan over een eventueel verblijf in Polen en een eventueel verblijf in Nederland?
In hoeverre lijken [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zich vrij te kunnen uiten?
In hoeverre lijken [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de gevolgen van het verblijf in Polen of het verblijf in Nederland te overzien?
Wil [minderjarige 1] met de rechter(s) spreken en zo ja, wenst [minderjarige 1] dat de bijzondere curator daarbij aanwezig zal zijn?
Zijn er nog bijzonderheden naar voren gekomen die van belang zijn voor de te nemen beslissingen?
Van de bijzondere curator wordt verwacht dat deze door gesprekken te voeren met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] probeert zicht te krijgen op de mening van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ten aanzien van het verblijf in Polen en het verblijf in Nederland en vervolgens die mening van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar voren te brengen in deze procedure. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling van de rechtbank dat de bijzondere curator hierbij ouders zal betrekken. Het gaat alleen om gesprekken met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
Van de ouders wordt verwacht dat zij volledige medewerking verlenen aan het inplannen en uitvoeren van de gesprekken van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met de bijzondere curator.
Van zijn bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter terechtzitting een schriftelijk verslag aan de rechtbank en de ouders toe te sturen. De bijzondere curator licht het verslag zo nodig ter terechtzitting toe.
De rechtbank zal de zaak voor de verdere inhoudelijke behandeling verwijzen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank.

(alleen opnemen indien kostenveroordeling is verzocht)

Beslissing

De rechtbank:
*
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarigen [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] , Polen, en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] , Polen:
mr. drs. [naam BC]
Kantoor: [kantoornaam]
Adres: [adres]
Telefoon: [telefoonnummer]
E-mail: info@ [e mail] .nl;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken, waaronder de zittingsaantekeningen van de regiezitting, aan de bijzondere curator zal toesturen;
bepaalt dat de bijzondere curator uiterlijk twee dagen voor de nader te bepalen behandeling ter terechtzitting zijn schriftelijk verslag aan de rechtbank en de (advocaten van de) ouders dient te sturen;
*
houdt iedere verdere beslissing aan;
*
verwijst de zaak naar de meervoudige kamer.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.T.W. van Ravenstein, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.I. Noordegraaf als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 juni 2019.