Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Standpunten en beoordeling
4.De strafbaarheid van de feiten en de strafbaarheid van de verdachte
5.De strafoplegging
6.De vordering van de benadeelde partij
[naam 1], op 27 augustus 2019, een vordering ingediend voor de geleden schade, met op 4 september 2019 nog een gewijzigde versie hiervan.
€ 9.653,20aan geleden schade wordt gevorderd, bestaande uit een bedrag van € 153,20 aan materiële schade en een bedrag van € 9.500,- aan immateriële schade, kort gezegd smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente.
€ 9.653,20, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€153,20moet betalen. Dit betreft een bedrag van
€ 2.500,-.
€ 2.653,20.
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
60 DAGENvan deze jeugddetentie niet ten uitvoer zullen worden gelegd als de veroordeelde zich tot het einde van de proeftijd, die
2 jarenis, houdt aan de volgende voorwaarden:
[naam 1]toe tot het bedrag van
€ 2.653,20aan de Staat te betalen voor het slachtoffer
[naam 1];