ECLI:NL:RBDHA:2019:9930
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel van bewaring wegens onvoldoende medische zorg in detentiecentrum
Eiser, een vreemdeling van Angolese nationaliteit, is op 26 mei 2019 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelt dat hij gespecialiseerde behandeling nodig heeft voor zijn duim om blijvende beperkingen te voorkomen, maar dat hij sinds zijn inbewaringstelling geen adequate behandeling heeft ontvangen, alleen pijnstillers.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel beoordeeld tot 3 juni 2019 en nu uitsluitend de voortzetting daarvan getoetst. Uit het onderzoek blijkt dat de medische zorg in het detentiecentrum niet gelijkwaardig is aan die in de vrije maatschappij, aangezien eiser geen gespecialiseerde therapie krijgt ondanks eerdere behandeling door een specialist.
Verweerder kon de zorg niet bespoedigen en stelde dat eiser zich tot de medische dienst moest wenden. De rechtbank oordeelt dat de voortzetting van de maatregel onrechtmatig is vanaf het moment van het instellen van het beroep op 21 juni 2019. Daarom beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel en kent een schadevergoeding toe van €1.600,- voor 20 dagen detentie. Tevens worden de proceskosten van eiser aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de maatregel van bewaring wegens onvoldoende medische zorg en kent een schadevergoeding toe.