ECLI:NL:RBDHA:2020:10022
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening en indirect réfoulement
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan, dat is geaccepteerd.
Eiser vreest indirect réfoulement en wijst op medische klachten en eerdere uitzetting in Frankrijk. Hij verzoekt de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 Dublinverordening Pro toe te passen. De rechtbank overweegt dat het arrest N.H. en anderen tegen Frankrijk van het EHRM individuele gevallen betreft en niet leidt tot een algemeen wantrouwen tegen Frankrijk. Uit de feiten blijkt dat eiser in Frankrijk opvang en medische zorg heeft ontvangen.
De rechtbank concludeert dat Frankrijk niet heeft gehandeld in strijd met artikel 3 EVRM Pro in het geval van eiser. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd waarom hij geen discretionaire bevoegdheid toepast, mede omdat eiser geen medische stukken heeft overgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.