ECLI:NL:RBDHA:2020:10069
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing dwangakkoord met minnelijke schuldregeling van 53 maanden wegens opleiding
Verzoekster heeft een minnelijke schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waaronder de Belastingdienst, met een looptijd van 53 maanden vanwege het volgen van een MBO 4 opleiding Maatschappelijke Zorg. De regeling voorziet in een uitkering van 11,88% aan preferente en 5,94% aan concurrente schuldeisers. De Belastingdienst weigert echter in te stemmen met deze regeling vanwege de langere duur dan de gebruikelijke 36 maanden.
De rechtbank stelt dat schuldeisers slechts onder bijzondere omstandigheden gedwongen kunnen worden in te stemmen met een schuldregeling die leidt tot afstand van een deel van hun vordering. De rechtbank acht de weigering van de Belastingdienst niet redelijk, mede omdat de andere schuldeisers wel instemmen en de langere duur noodzakelijk is voor verzoeksters opleiding en toekomstperspectief.
De rechtbank overweegt dat het alternatief, de wettelijke schuldsaneringsregeling, geen uitzicht biedt op betaling en mogelijk tot onderbreking van de opleiding leidt, wat nadelig is voor zowel verzoekster als schuldeisers. De minnelijke regeling van 53 maanden is daarom een passend en gunstiger alternatief.
De rechtbank beveelt de Belastingdienst in te stemmen met de schuldregeling en wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af omdat het belang daarvan is komen te vervallen. De uitspraak is gedaan door rechter R. Cats op 6 augustus 2020.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de Belastingdienst in te stemmen met een minnelijke schuldregeling van 53 maanden en wijst het verzoek tot wettelijke schuldsanering af.