ECLI:NL:RBDHA:2020:10139
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid in coronazitting
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.A. Dirks, rechter bij de rechtbank Den Haag, omdat zijn verzoek tot uitstel van een mondelinge zitting wegens het coronavirus was afgewezen. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was door zijn aanhoudingsverzoek zonder inhoudelijke motivering af te wijzen.
De wrakingskamer onderzocht of er sprake was van omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter konden aantasten. Hierbij werd overwogen dat procedurele beslissingen in principe geen grond voor wraking vormen, tenzij deze zodanig gemotiveerd zijn dat zij een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid wekken.
De rechter had verzoeker telefonisch een alternatief geboden om de zitting telefonisch bij te wonen, wat verzoeker weigerde. De afwijzing van het uitstelverzoek werd daarom als niet vooringenomen beoordeeld. De wrakingskamer besloot het verzoek af te wijzen en het proces in de hoofdzaak voort te zetten zoals het was bij het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde aanwijzingen voor vooringenomenheid.