ECLI:NL:RBDHA:2020:10153
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Verklaring Omtrent het Gedrag wegens eerdere veroordelingen
Eiser vroeg een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan voor de functie van pedagogisch medewerker, maar de minister weigerde deze vanwege eerdere veroordelingen voor bedreiging, openlijke geweldpleging en overtreding van de Wet wapens en munitie. De rechtbank stelt vast dat het objectieve criterium voor weigering is vervuld.
Eiser voerde aan dat zijn veroordelingen voortkwamen uit een familieconflict en dat hij zich sinds zijn detentie positief heeft ontwikkeld, met goede werkervaring en een voorbeeldig gedrag. Desondanks oordeelt de rechtbank dat het risico voor de samenleving zwaarder weegt dan het belang van eiser bij afgifte van de VOG.
De rechtbank concludeert dat de belangenafweging door de minister zorgvuldig en redelijk is gemaakt, ook al had eiser kritiek op het ontbreken van nadere informatie van de reclassering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG wordt ongegrond verklaard vanwege het risico voor de samenleving.