ECLI:NL:RBDHA:2020:10167

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 oktober 2020
Publicatiedatum
12 oktober 2020
Zaaknummer
C/09/600178 / FA RK 20-6848
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArtikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens ontbreken onmiddellijk dreigend ernstig nadeel

De officier van justitie verzocht op 1 oktober 2020 de rechtbank Den Haag om voortzetting van een crisismaatregel die op 30 september 2020 was opgelegd aan betrokkene, een man met een psychiatrische voorgeschiedenis van schizofrenie en een persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene vertoonde weinig ziekte-inzicht en gebruikte geen medicatie, hetgeen volgens de psychiater het risico op recidive verhoogde.

Tijdens de mondelinge behandeling op 5 oktober 2020, die telefonisch plaatsvond vanwege COVID-19 maatregelen, werd vastgesteld dat betrokkene sinds bijna een week rustig en meewerkend was in zijn verblijfplaats, zonder incidenten. De psychiater gaf aan dat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, dat aanvankelijk aanleiding gaf tot de crisismaatregel, op dat moment niet meer aanwezig was.

De advocaat van betrokkene benadrukte het ontbreken van ziekte-inzicht en het wantrouwen van betrokkene jegens het systeem, maar voerde tevens aan dat voortzetting van de maatregel niet gerechtvaardigd was vanwege het ontbreken van het vereiste ernstig nadeel.

De rechtbank concludeerde dat hoewel de vermoedelijke psychotische stoornis nog aanwezig is, de situatie niet meer zodanig ernstig en dreigend is dat voortzetting van de crisismaatregel gerechtvaardigd is. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/600178 / FA RK 20-6848
Datum beschikking: 05 oktober 2020

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 01 oktober 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[de man] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende [verblijfplaats]
advocaat: mr. H. Gailjaard te 's-Gravenhage.

Procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 01 oktober 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 30 september 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente
‘s-Gravenhage tot het nemen van de crisismaatregel;
- een op 30 september 2020 ondertekende medische verklaring van
[psychiater 1] , die betrokkene heeft
onderzocht maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 05 oktober 2020.
Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de [psychiater 2] , in aanwezigheid van betrokkene;
- [verpleger] in aanwezigheid van betrokkene.
Allen zijn akkoord met deze wijze van horen.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht door de officier van justitie, is de officier van justitie niet telefonisch gehoord.

Standpunten ter zitting

De psychiater heeft naar voren gebracht dat betrokkene bekend is met schizofrenie en een persoonlijkheidsstoornis. Hij heeft weinig tot geen ziekte-inzicht. Daarom is betrokkene niet te motiveren om medicijnen te gebruiken, terwijl dat als onderdeel van zijn behandeling juist heel belangrijk is. De psychiater acht het recidive-gehalte hoog. Betrokkene verblijft sinds woensdag op de [verblijfplaats] en is daar zeer vriendelijk en rustig aanwezig. Hij werkt overal goed aan mee. Hij eet en drinkt goed en hij neemt op dit moment geen medicatie. Er hebben zich sinds zijn komst bijna een week geleden geen incidenten meer voorgedaan, zodat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel op dit moment ook niet aan te wijzen is. De bedoeling is dat betrokkene, als een voortzetting van de crisismaatregel volgt, naar Nijmegen gaat. Er wordt inmiddels ook een zorgmachtiging voor hem aangevraagd. Betrokkene heeft op dit moment geen vaste woon- of verblijfplaats en zal, als het verzoek wordt afgewezen, naar de nachtopvang gaan.
Betrokkene heeft geen antwoorden op vragen die hem worden gesteld. Hij ontkent ooit een roofoverval te hebben gepleegd. Hij zat volgens hem in detentie in verband met gestolen auto’s.
De advocaat heeft naar voren gebracht dat betrokkene niet in het systeem gelooft; van kinds af aan is hij, naar eigen zeggen, op straat gezet en wordt er niet voor hem gezorgd. Daardoor is hij erg teleurgesteld in het systeem. Hij werkt overal goed aan mee en is zeer rustig aanwezig in de [verblijfplaats] . In het ziektebeeld dat geschetst wordt herkent hij zich niet. De advocaat bepleit het verzoek af te wijzen vanwege het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene bij het nemen van de crisismaatregel sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Vermoed werd dat dit nadeel werd veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis in kader van schizofrenie.
Uit hetgeen ter zitting naar voren is gekomen is nog steeds sprake van de vermoede stoornis maar is ook gebleken dat de situatie niet meer zo onmiddellijk dreigend ernstig is dat via een machtiging als verzocht ingegrepen dient te worden. Immers, blijkens de verklaring van de psychiater is er op dit moment geen sprake meer van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de crisismaatregel. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.L. Sandberg-Crommelin, rechter, bijgestaan door F.A.M. Vreeswijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 05 oktober 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 09 oktober 2020 .
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.