ECLI:NL:RBDHA:2020:10227
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, een kassamedewerker die sinds 2015 diverse uitkeringen ontving vanwege ziekte, vroeg op 29 oktober 2018 een WIA-uitkering aan. Verweerder weigerde deze uitkering per 31 oktober 2018 op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na bezwaar handhaafde verweerder dit besluit. Eiseres stelde dat zij volledig arbeidsongeschikt is, onderbouwd met medische rapporten over progressieve klachten en een operatie aan het carpale tunnelsyndroom.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hun beoordelingen zorgvuldig en op basis van volledig dossieronderzoek hadden verricht. De medische stukken van eiseres boden geen aanleiding om de mate van arbeidsongeschiktheid te herzien. Ook de arbeidsdeskundige concludeerde dat eiseres geschikt is voor diverse voorbeeldfuncties, waarmee zij meer dan 65% van het maatmanloon kan verdienen.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat de weigering van de WIA-uitkering terecht was. Er was geen medische grond voor het niet kunnen uitvoeren van de functies en het niet rijden van een auto had geen medische oorzaak. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.