ECLI:NL:RBDHA:2020:10237
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Ethiopische vrouw wegens onvoldoende risico op ernstige schade
Eiseres, van Ethiopische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel nadat zij Nederland was binnengekomen met een visum kort verblijf. Zij stelde dat zij in Ethiopië als Buda werd gezien en daardoor werd geslagen en beroofd door de lokale bevolking. Verweerder wees haar aanvraag af omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij persoonlijk risico liep op vervolging of ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de identiteit en nationaliteit van eiseres geloofwaardig achtte en dat het niet beoordelen van de geloofwaardigheid van het tweede element uit het asielrelaas niet tot onzorgvuldigheid leidde, omdat verweerder dit element wel degelijk in de besluitvorming betrok. De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de criteria van het Vluchtelingenverdrag of artikel 3 EVRM Pro.
Verder werd het beroep op het traumabeleid afgewezen omdat de wandaden niet vielen onder de limitatieve opsomming van het beleid en eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de overheid haar niet kon beschermen. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen wegens onvoldoende bewijs van meer dan normale emotionele banden met haar dochter en kleinkinderen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.