ECLI:NL:RBDHA:2020:10323
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens passende voorliggende voorziening
Eiser, die een bijstandsuitkering ontvangt en in het verleden onder bewind stond vanwege schuldenproblematiek, vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van een koelkast en wasmachine in verband met gezinshereniging. Verweerder wees de aanvraag af omdat deze kosten volgens hem tot de algemeen noodzakelijke kosten behoren en uit eigen middelen of een lening bij de Gemeentelijke Kredietbank (GKB) betaald moeten worden.
Eiser stelde dat hij vanwege zijn schuldenverleden niet kon sparen en geen financiële ruimte had voor deze aanschaf, en verzocht om bijzondere bijstand of subsidiair een renteloze lening. De rechtbank oordeelde dat eiser een lening tot € 2.500 kan afsluiten bij de GKB, wat een passende en toereikende voorliggende voorziening is.
Omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze lening niet passend is, en hij slechts uit persoonlijke overwegingen afzag van een lening, is de bijzondere bijstand terecht afgewezen. De rechtbank zag daarom geen reden om het beroep toe te wijzen en wees het ongegrond.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichting wordt ongegrond verklaard omdat een passende lening bij de Gemeentelijke Kredietbank beschikbaar is.