ECLI:NL:RBDHA:2020:10324
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerplaats vanwege parkeergelegenheid op eigen terrein
Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats vanwege afname van beschikbare parkeerplaatsen in haar omgeving. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiseres gebruik kan maken van een parkeergelegenheid op eigen terrein (POET). Eiseres heeft bezwaar gemaakt en beroep ingesteld tegen deze afwijzing.
De rechtbank oordeelt dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen op grond van de Beleidsregels gehandicaptenparkeren 2012, die vereisen dat een aanvrager geen eigen parkeerplaats mag hebben. Hoewel eiseres medische beperkingen aanvoert en stelt dat de parkeergarage ongeschikt is vanwege afstand, helling en gebruiksbeperkingen, heeft zij deze stellingen onvoldoende met verifieerbare medische stukken onderbouwd.
Het beroep op de hardheidsclausule (artikel 8.1 Beleidsregels) wordt verworpen omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond die een afwijking rechtvaardigen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank stelt dat eiseres voldoende gelegenheid heeft gehad haar standpunten toe te lichten en dat het college niet verplicht was nader contact te zoeken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats wordt ongegrond verklaard.