ECLI:NL:RBDHA:2020:10328
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Maatregel verlaging bijstandsuitkering wegens zeer ernstige misdraging terecht opgelegd
Eisers ontvangen vanaf augustus 2018 een bijstandsuitkering. Eiser heeft zich op 30 november 2018 en 24 januari 2019 zeer ernstig misdragen jegens medewerkers van verweerder, waarvoor een waarschuwing is opgelegd. Op 24 mei 2019 herhaalde eiser deze gedraging door tijdens een telefoongesprek met geweld te dreigen, waarna verweerder besloot de bijstandsuitkering met 100% te verlagen voor een maand.
Eisers betwisten de maatregel en voeren aan dat de misdraging een reactie was op een foutieve berekening van de uitkering door verweerder, die later excuses aanbood en het bedrag alsnog uitbetaalde. Zij stellen dat verweerder onjuist heeft gehandeld en dat de maatregel niet passend is, gezien de omstandigheden en eerdere waarschuwing.
De rechtbank stelt vast dat eiser zich zeer ernstig heeft misdragen en dat dit een maatregelwaardige gedraging is. De rechtbank oordeelt dat verweerder binnen zijn beoordelingsvrijheid is gebleven en dat er geen dringende redenen zijn om af te zien van de maatregel. De eerdere waarschuwing en gemaakte afspraken zijn bewust genegeerd door eiser. De onjuiste uitkeringsbetaling door verweerder leidt niet tot verminderde verwijtbaarheid.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlaging van de bijstandsuitkering met 100% voor een maand. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de verlaging van de bijstandsuitkering met 100% voor een maand wegens zeer ernstige misdraging.