Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[eiser] ,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. T. Pourjalili, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Senegalese gemeenschapsonderdaan, betwistte het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat zijn verblijfsrecht was geëindigd. De rechtbank heeft het onderzoek heropend om eiser in de gelegenheid te stellen aanvullende informatie te verstrekken over onduidelijkheden die verweerder had geconstateerd.
Verweerder stuurde een herstelverzuimbrief met het verzoek om nadere toelichting en bewijsstukken, waarop eiser niet binnen de gestelde termijn reageerde. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende onderbouwd had dat hem een verblijfsrecht toekomt op grond van artikel 21 VWEU Pro en de Verblijfsrichtlijn.
Daarnaast faalde het beroep op artikel 8 EVRM Pro omdat de kinderen van eiser destijds in Frankrijk verbleven en het familieleven daar werd beoordeeld. Ook het beroep op bijzondere omstandigheden op grond van artikel 4:84 Awb Pro werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens niet-naleving van termijnen en onvoldoende bewijs voor verblijfsrecht.