ECLI:NL:RBDHA:2020:10403
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte poging woningoverval te Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van poging tot woningoverval op een woning te Den Haag op of omstreeks 25 april 2019. De tenlastelegging omvatte onder meer het uitvoeren van een voorverkenning, het begeven naar de woning met maskers, het zich toegang verschaffen tot de woning, het richten van vuurwapens op het slachtoffer en het gebruik van geweld.
Tijdens de zittingen op 9 juli 2020, 18 augustus 2020 en 1 oktober 2020 zijn de standpunten van de officier van justitie en de verdediging naar voren gebracht. De officier van justitie vorderde vrijspraak van zowel het primaire als subsidiaire ten laste gelegde. De verdediging stelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om te concluderen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde. Zowel de officier van justitie als de verdediging waren het hiermee eens. Daarom sprak de rechtbank verdachte integraal vrij.
Het vonnis werd uitgesproken op 15 oktober 2020 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Den Haag, onder voorzitterschap van mr. A.M. Boogers, met mr. H.A.G. Nijman en mr. L. Kelkensberg als rechters.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging woningoverval.