ECLI:NL:RBDHA:2020:10427
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag lesbische vrouw uit Oeganda wegens ongeloofwaardig relaas
Eiseres, een vrouw van Oegandese nationaliteit, vreesde in haar thuisland vervolging vanwege haar lesbische geaardheid. Na een huwelijk en verschillende relaties werd zij geconfronteerd met bedreigingen, mishandeling en het overlijden van haar oma. Zij vluchtte naar Nederland en vroeg asiel aan.
De staatssecretaris wees haar aanvraag af als kennelijk ongegrond, waarbij hij haar identiteit en nationaliteit geloofwaardig achtte, maar haar verhaal over haar seksuele gerichtheid en de gevolgen daarvan ongeloofwaardig vond vanwege tegenstrijdigheden en bevreemdende verklaringen.
De rechtbank bevestigde deze beoordeling en oordeelde dat de aanvraag niet op grond van misleiding kon worden afgewezen, maar dat de afwijzing terecht was wegens de ongeloofwaardigheid van het relaas. Het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen werd afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep had beslist.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van €1.575,- aan de rechtsbijstandverlener van eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.