De werknemer was sinds 2009 werkzaam als schilder bij een werkgever die in 2015 failliet ging. Vervolgens werkte hij via uitzendbureaus en later rechtstreeks bij de werkgever, met meerdere arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Eind 2019 eindigde de laatste arbeidsovereenkomst van rechtswege en werd geen aansluitend contract aangeboden, waarna de werknemer via een ander bedrijf verder ging werken.
De werknemer vorderde een transitievergoeding en betaling van achterstallig loon inclusief indexeringen op grond van de CAO SAG. De werkgever verweerde zich onder meer met het argument dat de CAO SAG pas per 21 november 2019 algemeen verbindend was verklaard en geen terugwerkende kracht heeft.
De kantonrechter oordeelde dat aan de wettelijke voorwaarden voor toekenning van de transitievergoeding was voldaan, omdat de arbeidsovereenkomst niet aansluitend werd voortgezet op initiatief van de werkgever. De transitievergoeding werd toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 27 januari 2020. De vordering tot betaling van achterstallig loon en indexeringen werd afgewezen, omdat de CAO SAG geen terugwerkende kracht heeft en pas na het einde van het dienstverband algemeen verbindend werd verklaard.
Partijen werden veroordeeld hun eigen proceskosten te dragen. De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter Swildens op 14 oktober 2020.