ECLI:NL:RBDHA:2020:10446
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na eerstejaarsbeoordeling wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig keukenmedewerker, ontving een Ziektewet-uitkering na ziekmelding wegens rugklachten. Na een eerstejaarsbeoordeling heeft het UWV haar uitkering beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiseres voerde aan dat haar psychische klachten onvoldoende zijn meegenomen en dat de geduide functies niet passend zijn.
De rechtbank oordeelt dat de medische beoordelingen door verzekeringsartsen zorgvuldig zijn uitgevoerd, waarbij zowel lichamelijke als psychische klachten zijn betrokken. De artsen concludeerden dat de psychische klachten niet zodanig ernstig zijn dat beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) nodig zijn. De arbeidsdeskundige bevestigde dat voldoende passende functies beschikbaar zijn.
De rechtbank wijst het beroep af omdat de medische en arbeidsdeskundige beoordelingen de beëindiging van de uitkering rechtvaardigen. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het oordeel van de verzekeringsartsen en de arbeidsdeskundige, en het niet eens zijn met de uitkomst is onvoldoende om het besluit te vernietigen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 5 oktober 2018.