ECLI:NL:RBDHA:2020:10512
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op gemeentelijke collectieve aanvullende zorgverzekering wegens te hoog inkomen
Eisers werden bij besluit van 15 juli 2019 door het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) Bollenstreek uitgesloten van deelname aan de gemeentelijke collectieve aanvullende zorgverzekering omdat hun inkomen het toegestane maximum van 120% van de bijstandsnorm overschreed.
Eisers voerden aan dat het vrij te laten bedrag, vastgesteld in het kader van hun minnelijk schuldhulpverleningstraject, als inkomen op bestaansminimum moet worden beschouwd en dat hun financiële situatie sinds toelating ongewijzigd is gebleven. Tevens stelden zij dat de wijziging van de regels gedurende de looptijd onrechtvaardig was en dat de beëindiging van de verzekering financiële nadelen veroorzaakte.
De rechtbank oordeelde dat het vrij te laten bedrag van € 2.637,94 ruim boven de inkomensgrens van € 1.678,12 ligt en dat eisers daardoor niet voldoen aan de voorwaarden voor deelname. Het rechtszekerheidsbeginsel biedt geen bescherming tegen beëindiging in deze situatie. Ook het beroep op dringende redenen voor bijstand faalde omdat eisers niet buiten de kring van rechthebbenden vallen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter Kettenis-de Bruin op 1 oktober 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het recht op deelname aan de collectieve aanvullende zorgverzekering wordt ongegrond verklaard.