ECLI:NL:RBDHA:2020:10525
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens reeds gewezen uitspraak
Verzoeker, van Pakistaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 4 augustus 2020, waarbij verzoeker niet aanwezig was. De rechtbank had inmiddels op het beroep beslist in zaaknummer NL20.14508, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet meer ontvankelijk was.
De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. J.J. Catsburg en mr. K.S. Smits was griffier. Vanwege coronamaatregelen vond de uitspraak niet openbaar plaats, maar zal dit worden ingehaald zodra mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.