ECLI:NL:RBDHA:2020:10560
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen buitenzittinguitspraak inzake overdracht asielzoeker naar Italië ongegrond verklaard
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot de asielaanvraag van opposant niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van opposant tegen dit besluit ongegrond zonder zitting, omdat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is en er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn om van overdracht af te zien.
Opposant stelde in verzet dat de overdracht in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro, verwijzend naar het arrest Tarakhel, en wees op zijn gezinssituatie in Nederland en gewijzigde opvangomstandigheden in Italië door COVID-19. De rechtbank oordeelde dat deze argumenten onvoldoende onderbouwd zijn en dat de toelating van zijn partner en kind tot de nationale procedure geen invloed heeft op zijn eigen aanvraag, omdat zij volgens de Dublinverordening geen gezinsleden zijn.
De rechtbank concludeert dat het verzet niet leidt tot twijfel over de rechtmatigheid van de buitenzittinguitspraak en verklaart het verzet ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet tegen de buitenzittinguitspraak wordt ongegrond verklaard en de overdracht naar Italië blijft gehandhaafd.