ECLI:NL:RBDHA:2020:10575
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hogere vergoeding woon-werkverkeer tijdens tijdelijke tewerkstelling bij defensie
Eiser volgde van 3 september tot 8 oktober 2018 een opleiding en/of verrichtte werkzaamheden in Ermelo, waarbij zijn standplaats tijdelijk werd gewijzigd. Hij ontving een tegemoetkoming voor woon-werkverkeer over deze periode, maar betwistte dat de vergoeding de daadwerkelijke kosten dekte.
Verweerder wees de aanvragen voor dienstreizen binnen Nederland af, waarop eiser bezwaar maakte. Tijdens de bezwaarprocedure werden nieuwe aanvragen goedgekeurd voor reizen op 25 en 26 oktober 2018, nadat de standplaats weer werd gewijzigd naar de normale locatie.
De rechtbank oordeelde dat de vergoeding woon-werkverkeer niet in strijd is met rechtsregels toegekend en dat het besluit van 13 oktober 2018, waarin de tijdelijke tewerkstelling werd beëindigd, onaantastbaar is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eiser geen bewijs leverde van ongelijke behandeling van collega’s in gelijke omstandigheden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser op een hogere vergoeding woon-werkverkeer wordt ongegrond verklaard.