ECLI:NL:RBDHA:2020:10578
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten en toepassing artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in waarbij hij stelde dat hij nooit bij de KhaD/WAD had gewerkt en dat eerdere verklaringen onjuist waren. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die de eerdere 1F-vaststelling konden weerleggen.
De rechtbank onderzocht de overgelegde documenten en verklaringen, waaronder studies in Rusland en militaire dienst, en concludeerde dat deze onvoldoende geloofwaardig waren om de eerdere vaststelling dat eiser als officier bij de KhaD/WAD heeft gediend te ontkrachten. Verweerder had de documenten onderzocht en geconstateerd dat sommige vals of onbetrouwbaar waren.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat eiser geen actueel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Afghanistan had aangetoond en dat het opgelegde inreisverbod proportioneel was. De rechtbank volgde het standpunt van verweerder dat eiser een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor de openbare orde vormt vanwege zijn verleden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.