ECLI:NL:RBDHA:2020:10620
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag IOAW wegens twijfel over woonsituatie en rechtmatigheid huisbezoek
Eiser vroeg op 10 september 2018 een IOAW-uitkering aan met als woonadres een woning in [plaats 1]. Verweerder voerde een onderzoek uit, inclusief een huisbezoek, en concludeerde dat eiser niet op het opgegeven adres woonde en zijn inlichtingenplicht had geschonden. Dit leidde tot afwijzing van de aanvraag en het bezwaar.
Eiser betwistte het huisbezoek en het gebruik van verklaringen van bewoners als bewijs, maar de rechtbank oordeelde dat er gegronde twijfel bestond over de woonsituatie, waardoor het huisbezoek gerechtvaardigd was. De verklaringen van bewoners waren bruikbaar als aanvullend bewijs naast het onderzoeksrapport.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij op het opgegeven adres woonde en dat zijn stelling van samenwoning met huurders niet werd ondersteund. Ook een betoog over medische belemmeringen faalde wegens gebrek aan objectieve bewijsvoering.
Hierdoor bleef de woonsituatie onduidelijk en kon niet worden vastgesteld dat eiser tot de kring van rechthebbenden behoorde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de IOAW-uitkering wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs van woonplaats.