ECLI:NL:RBDHA:2020:10637
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning bij familie en gezin
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met als doel verblijf bij familie en gezin. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 19 mei 2020 afgewezen, met de aanzegging dat verzoeker binnen vier weken Nederland dient te verlaten.
Verzoeker maakte bezwaar tegen deze beslissing en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de uitzetting wordt geschorst zolang op het bezwaar niet is beslist. De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet langer in geschil is dat de uitzetting moet worden opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter verbiedt daarom de uitzetting van verzoeker tot vier weken na de beslissing op het bezwaar. Verzoeker vroeg tevens om een beslissing op het bezwaar uiterlijk 13 augustus 2020, maar dit wordt niet toegewezen omdat die datum binnen de wettelijke beslistermijn valt. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.