ECLI:NL:RBDHA:2020:10655
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing inreisverbod wegens gevaar voor openbare orde
Eiser, een Eritrese nationaliteit, had een verblijfsvergunning asiel die in mei 2018 met terugwerkende kracht werd ingetrokken wegens een gevaar voor de openbare orde. Tevens werd een inreisverbod van tien jaar opgelegd na een veroordeling voor poging tot zware mishandeling.
Eiser verzocht om opheffing van het inreisverbod, stellende dat hij geen gevaar meer vormde en dat het handhaven van het verbod in strijd was met artikel 8 en Pro 3 EVRM. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor opheffing en geen bijzondere feiten of omstandigheden aanwezig waren.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet is gehoord in de intrekkingsprocedure, maar dat dit niet betekent dat hij in deze procedure gehoord had moeten worden. Het gevaar voor de openbare orde werd onderbouwd door de aard van het delict en eiser gaf geen gemotiveerde weerlegging. Ook werd geoordeeld dat eiser geen gezins- of familieleven in Nederland heeft dat zwaarder weegt dan het belang van de openbare orde.
Verder is niet in geschil dat eiser niet kan worden uitgezet naar Eritrea vanwege risico op ernstige schade, maar dit leidt niet tot opheffing van het inreisverbod omdat het niet duurzaam in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot handhaving van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.