ECLI:NL:RBDHA:2020:10671
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid van gestelde vervolgingsproblemen op grond van seksuele geaardheid
Eiser, een Guyaanse man die stelt homoseksueel te zijn, vroeg asiel aan vanwege vermeende vervolging door zijn familie en bedreigingen in zijn thuisland. Hij voerde aan dat hij vanwege zijn seksuele geaardheid werd uitgesloten en mishandeld, en dat hij slachtoffer was van een gewelddadige aanval en bedreigingen.
Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, wees de aanvraag af op grond van ongeloofwaardigheid van de door eiser gestelde problemen als gevolg van zijn seksuele geaardheid. De rechtbank oordeelde dat de identiteit en seksuele geaardheid van eiser geloofwaardig waren, maar dat de vervolgingsproblemen niet aannemelijk waren gemaakt.
De rechtbank overwoog dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de zienswijze van eiser en dat de tegenstrijdigheden in de verklaringen over het incident en de ziekenhuisopname de geloofwaardigheid ondermijnden. Ook ontbrak bewijs voor het risico op ernstige schade bij terugkeer. Eiser had onvoldoende onderbouwd waarom een verblijfsvergunning op humanitaire gronden of uitstel van vertrek zou moeten worden verleend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van de gestelde vervolgingsproblemen.