Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
Op 16 september 2019 kwam er bij de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) een melding binnen dat er een zending met vermoedelijk verdovende middelen was aangetroffen bij [naam transportbedrijf] in De Lier. De zending betrof twee pallets met in totaal 32 dozen met bevroren kipsaté en satésaus. Op één van de pallets stond een geopende bak satésaus met daarin een blok dat volgens een indicatieve test van de Douane cocaïne betrof. Een medewerker van [naam transportbedrijf] vertelde dat het eerste nummer waarmee hij werd benaderd over deze zending het telefoonnummer [telefoonnummer] was.