ECLI:NL:RBDHA:2020:10715
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag behandelde op 7 oktober 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 2003, die lijdt aan neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en depressieve stemmingsstoornissen. Betrokkene verbleef op het moment van de zitting in een zorgaccommodatie in Vught, met de verwachting dat zij na 12 oktober 2020 weer thuis zou zijn in haar woonplaats.
De rechtbank achtte zich bevoegd op grond van artikel 1:6 Wvggz Pro, mede omdat de advocaat van betrokkene akkoord ging met behandeling door de rechtbank Den Haag. Uit de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar psychische stoornissen, waaronder levensgevaar en ernstig verstoorde ontwikkeling. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven voor verplichte zorg beschikbaar.
De rechtbank stelde vast dat de gevraagde vormen van zorg, zoals toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie, noodzakelijk, evenredig en effectief zijn om het ernstig nadeel af te wenden. De zorgmachtiging werd daarom voor de duur van twaalf maanden verleend, aansluitend op een eerdere machtiging die tot 16 oktober 2020 liep.
De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter H. Wien en griffier A.E. Babulall-Balkaran. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging voor twaalf maanden met diverse vormen van verplichte zorg.