ECLI:NL:RBDHA:2020:10802
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid in civiele zaak
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele zaak, stellende dat de rechter partijdig zou zijn omdat zij de wederpartij de gelegenheid gaf te reageren op een verzoek tot verwijzing van de zaak naar een andere rechtbank.
De wrakingskamer overwoog dat het fundamentele rechtsbeginsel van hoor en wederhoor vereist dat alle partijen de kans krijgen hun standpunten naar voren te brengen. De beslissing van de rechter om de wederpartij te laten reageren is een normale procedurele handeling en vormt geen aanwijzing voor vooringenomenheid.
Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen. Daarnaast is de wrakingskamer niet bevoegd om te beslissen over verzoeken tot ambtshalve verwijzing van de zaak of schorsing van de executie van eerdere beschikkingen. De procedure wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.