ECLI:NL:RBDHA:2020:10803
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in arbeidszaak over ontslag op staande voet
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die betrokken is bij een arbeidsrechtelijke procedure tussen verzoeker en zijn werkgever Fieldwork B.V. De arbeidszaak betreft een ontslag op staande voet na een mediationgesprek waarin verzoeker zijn werkgever zou hebben bedreigd. Verzoeker vordert een billijke vergoeding wegens reputatieschade en subsidiair vernietiging van het ontslag.
Tijdens de zitting hebben partijen gezamenlijk gevraagd om een voorlopig oordeel van de kantonrechter, met instemming van alle betrokkenen en met het oog op een mogelijke schikking. Verzoeker is het niet eens met dit voorlopige oordeel, met name over de hoogte van de billijke vergoeding, en acht de kantonrechter daardoor niet onpartijdig.
De wrakingskamer stelt vast dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Het voorlopige oordeel van de kantonrechter, dat met instemming van partijen is gegeven, vormt geen grond voor wraking. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel en de beoordeling van het voorlopige oordeel behoort toe aan de rechter die de hoofdzaak behandelt. Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen en wordt het proces in de hoofdzaak voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen omdat het gebaseerd is op een voorlopig oordeel en wraking geen verkapt rechtsmiddel is.