ECLI:NL:RBDHA:2020:10817
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverwijzing
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublinverdrag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd over het voornemen de zaak buiten zitting af te doen en op grond van artikel 8:57 Awb Pro is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien nog geen uitspraak op het beroep is gedaan. Omdat op dezelfde dag in een andere zaak uitspraak is gedaan over het beroep, is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds uitspraak is gedaan.