ECLI:NL:RBDHA:2020:10849
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van persoonlijk gevaar in Marokko
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij vanwege betrokkenheid bij een familie die zich bezighield met hasjtransport en een diefstalincident gevaar liep voor zijn leven. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende bewijs leverde en zijn verklaringen inconsistent waren.
De rechtbank overwoog dat hoewel de nationaliteit en identiteit van eiser geloofwaardig waren, zijn verhaal over de bedreigingen niet voldoende onderbouwd was. Eiser gaf summiere en tegenstrijdige verklaringen over zijn werkzaamheden en de betrokken familie, en kon belangrijke details niet verstrekken. Ook het feit dat hij eerdere asielprocedures in andere landen niet heeft afgewacht, ondermijnde zijn noodzaak tot bescherming.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de samenwerkingsplicht niet had geschonden en dat de landeninformatie geen specifiek gevaar voor eiser aantoonde. Marokko is een veilig land van herkomst, en eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit voor hem anders is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.