ECLI:NL:RBDHA:2020:10908
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-behandeling verblijfsvergunning wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Eiser en zijn gemachtigde verschenen niet op de zitting, waarbij de gemachtigde aangaf geen contact meer te hebben met eiser en niet te verwachten dat eiser zou verschijnen. De rechtbank stelde ambtshalve vast dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken en dat er geen concreet procesbelang meer bestond.
De rechtbank baseerde zich op vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bepaald dat bij vertrek zonder contact met de gemachtigde het rechtens te beschermen belang bij inhoudelijke behandeling vervalt.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.