ECLI:NL:RBDHA:2020:10909
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser had een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland had een verzoek tot terugname aan Roemenië gedaan, dat was geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat hij in Roemenië geen toegang had tot een tolk en dat hij vernederend was behandeld, maar de rechtbank oordeelde dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet op hem van toepassing was. Ook was niet gebleken dat klagen bij Roemeense autoriteiten onmogelijk of zinloos was.
De rechtbank nam mee dat eiser zijn asielprocedure in Roemenië niet had afgewacht en dat de Roemeense autoriteiten hadden bevestigd dat de aanvraag nog in onderzoek was. Rapporten zoals het AIDA-rapport en het rapport van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie werden door de rechtbank meegewogen, maar boden geen aanleiding tot een ander oordeel.
Een tijdelijk overdrachtsbeletsel vanwege coronamaatregelen maakte de vaststelling van Roemenië als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig was gemotiveerd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.