ECLI:NL:RBDHA:2020:10910
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank overweegt dat Nederland mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Roemenië en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn situatie niet kan. De individuele verklaringen van eiser bieden onvoldoende basis om te concluderen dat het Roemeense asiel- en opvangsysteem systematisch tekortschiet. Eiser heeft de asielprocedure in Roemenië niet afgewacht en is na registratie binnen een maand vertrokken, zonder pogingen te doen de procedure voort te zetten.
Verder is gebleken dat de asielaanvraag van eiser nog in onderzoek is in Roemenië en dat hij de mogelijkheid heeft om zijn eerste asielprocedure voort te zetten binnen de door het AIDA-rapport genoemde termijn. De rechtbank acht het beroep op rapporten over de situatie in Roemenië onvoldoende om het besluit te vernietigen. Ook het tijdelijke overdrachtsbeletsel door COVID-19 maakt het besluit niet onrechtmatig.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig is gemotiveerd en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.