Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige], V-nummer [V-nummer] , verzoeker, hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers
Rechtbank Den Haag
Verzoekers, een Eritrese vrouw en haar minderjarige zoon, hebben een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 7 juli 2020. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 24 juli 2020, samen met de behandeling van het beroep. Verzoekster is verschenen met haar gemachtigde en een tolk, terwijl de verweerder zich liet vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De rechtbank overweegt dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien nog geen uitspraak is gedaan op het beroep. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL20.13710), is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.J.A. Schaaf en griffier S.J. van Ravenhorst, en is niet openbaar uitgesproken vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.