Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Het oordeel van de rechtbank
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 4 augustus 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op zijn uitzetting naar Turkije. Hij betwist de rechtmatigheid van deze maatregel en heeft beroep ingesteld tegen de bewaring en verzoekt tevens om schadevergoeding.
De rechtbank stelt vast dat eiser op 23 juni 2020 een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is ingetrokken en een zwaar inreisverbod is opgelegd. Na vrijlating op 2 juli 2020 kreeg eiser een meldplicht om zelfstandig te vertrekken, maar werd op 2 augustus 2020 aangehouden als verdachte van vernieling en vervolgens in bewaring gesteld. De rechtbank acht de gronden voor bewaring, waaronder het risico op ontduiking van toezicht en het ontbreken van een vaste verblijfplaats, feitelijk juist en voldoende.
Verder overweegt de rechtbank dat verweerder terecht geen lichter middel heeft toegepast, omdat eiser niet aan de voorwaarden van de meldplicht heeft voldaan en er een reëel risico bestaat dat hij zich aan het toezicht onttrekt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf en griffier Vranken op 12 augustus 2020. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de vreemdelingenbewaring ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.